Kleuterklas

De vroegere onderverdeling in kleuterschool en lagere school is aangehouden om aan te geven dat kinderen tot zeven jaar vooral spelend leren en vanuit de nabootsing. In deze fase staan ontwikkeling van de taal, fantasie, de motoriek – zowel grof als fijn – en de ontdekking van het samen doen op de voorgrond.
Er wordt een stimulerende omgeving geschapen, waarin het spel centraal staat en met veel aandacht voor inrichting, sfeer en materialen van de lokalen. Het speelgoed is van natuurlijk materiaal zoals hout, wol, zijde, katoen en steen. Het verschil in materie en kwaliteit stimuleert de zintuigontwikkeling. De juf biedt versjes, rijmpjes, vingerspelletjes, loop- en kringspelen aan. In het spel leert het kind schatten en meten door van een kist te springen, tellen door te zingen en wegen door te bouwen en de blokken in balans te brengen. In het samen tekenen, schilderen, boetseren met bijenwas, euritmie, brood bakken, knutselen en plakken ontdekken ze plezier en saamhorigheid.
Het beleven en meevoelen met het dag-, week- en jaarritme is belangrijk voor ons kleuteronderwijs. De dagindeling heeft een vast ritme van inspanning en ontspanning: dit biedt de kinderen houvast en vertrouwen. De jaarfeesten benadrukken wat er in dat jaargetijde in de natuur te beleven is.
De grootte van de kleuterklas neemt toe in de loop van het schooljaar door de instroom van kinderen die vier jaar worden. De oudere kleuters worden meer doelgericht in hun spel. In het leerrijpheidsonderzoek wordt gekeken of de kleuter zich fysiek en motorisch voldoende heeft ontwikkeld, taakgericht is, zich goed kan concentreren en de leeftijd van zes jaar bereikt heeft. Oftewel: of het kind toe is aan de overstap naar leren via instructie. Als dit zo is stroomt hij of zij uit naar de eerste klas, groep drie in het regulier onderwijs.

Poortklas

De oudste kleuters, waarvan de kleuterleerkracht na onderzoek heeft vastgesteld dat zij leerrijp zijn, gaan na de voorjaarsvakantie naar de poortklas. Een dagdeel per week werkt een kleuterjuf met deze kinderen. De kinderen maken op speelse wijze kennis met elkaar door middel van bewegingsspelletjes voor 6-jarigen en spelletjes waarbij ze leren om op hun beurt te wachten en de concentratie vast te houden. Ook de fijne motoriek wordt geoefend: veters strikken, de schaar hanteren en de pengreep. De juf besteedt aandacht aan het gebruik van een schrift, met een voorkant en een achterkant. Voorbereidende schrijfoefeningen en een goede houding komen eveneens aan bod. Het schrijven bestaat uit golfjes of het tekenen van een leminiscaat. In de eerste klas leren de kinderen de letters vanuit een beeld.

Klas 1 t/m 6

Iedere klas heeft een of twee eigen leerkracht(en), die in de hoofdvakken les geeft. De leerkracht begeleidt de klas zo mogelijk gedurende de gehele basisschoolperiode. Door deze jarenlange verbinding krijgen klas en leerkracht de gelegenheid zich te ontwikkelen aan elkaars eigenschappen. Naast de eigen leerkrachten zijn er ook vakleerkrachten.
Er wordt periodeonderwijs gegeven: in een periode van 3 á 4 weken wordt een bepaald hoofdvak onderwezen gedurende de eerste uren van de ochtend. Op die manier kan de lesstof intensief worden verwerkt. De periodevakken zijn: rekenen, Nederlandse taal, heemkunde, aardrijkskunde, biologie, geschiedenis, wis- en natuurkunde.
Naast de periodevakken staan de volgende vaklessen in het curriculum: vreemde talen (spelenderwijs vanaf klas 1), muziek (choroifluit, zang, koorzang en eventueel orkest), schilderen, tekenen, vormtekenen, handarbeid en handwerken (boetseren, houtbewerken, breien, haken, naaien en weven), gymnastiek, vensteruur (verhalen), euritmie en oefenuren taal en rekenen.
Tussen het periodeonderwijs en de vaklessen bestaat een wisselwerking.
Iedere klas kent eigen vertelstof als ontwikkelingsstof voor de leeftijdsfase waarin de kinderen van die klas zijn.

Instapklas

In augustus 2004 is gestart met de Instapklas: een klas waarin kinderen met een verstandelijke beperking een plaats wordt geboden binnen onze school. De klas bestaat uit 10 á 12 kinderen met een eigen ZMLK-bevoegde klassenleerkracht en klassen-assistent. De Instapklas vormt een warme en duidelijke basis voor deze kinderen, maar de deur naar andere klassen staat open. Waar mogelijk vindt integratie plaats zowel van kinderen uit de Instapklas in de andere klassen als van leerlingen uit andere klassen die in de Instapklas komen helpen met bijvoorbeeld lezen of knutselen. Groepsintegratie vindt plaats tijdens speelmomenten, weekopeningen en bij het vieren van de jaarfeesten.
Het onderwijsaanbod is een combinatie van vrijeschoolonderwijs en Speciaal Onderwijs. Het aanbod van leer- en ontwikkelingsstof is toegesneden op de specifieke behoeften van deze leerlingen. Er wordt gewerkt met individuele- en groepshandelingsplannen. Voor alle ontwikkelingsgebieden zijn leerlijnen uitgezet met als doel een zo groot mogelijke ontwikkeling van de redzaamheid op lichamelijk, cognitief en sociaal-emotioneel gebied en de ontwikkeling in praktische zin. Bovendien is er een leerlijn integratie uitgezet. Vorderingen worden bijgehouden in het digitale leerlingvolgsysteem.
Bekijk onze informatie brochure: